NEN4001

Begin van 2005 is er een uniforme Europese Projecteringsrichtlijn totstandgekomen. Deze is in Nederland onder NEN 4001 officieel als norm verschenen. In deze norm wordt geregeld hoeveel, welke en waar brandblussers moeten worden geplaatst in een gebouw. Hieronder een verkorte weergave van de inhoud van deze norm.

Brandbeveiliging in zones

Als eerste moet het pand in verschillende zones worden verdeeld, op basis van het gebruik, de brandrisico en de aard van het gebouw. De oppervlakte van een dergelijk zone bepaalt het aantal brandblussers dat minimaal aanwezig moet zijn. Bij een normaal brandrisico is dat 1 poeder of schuim brandblusser van 6 kg/ltr per 150 m2. Per 225 m2 een 9 kg/ltr poeder of schuimblusser. Er is een minimum van 2 brandblussers per zone voorgeschreven. De loopafstand tot de dichtstbijzijnde brandbluser mag maximal 20 meter bedragen en de brandblussers moeten goed bereikbaar worden geplaatst.


Additionele brandbeveiliging

Naast de brandblustoestellen voor de basis beveiliging worden aanvullende brandblussers geplaatst bij bijzondere situaties. Hiervoor kunt u ook brandblustoestellen met een inhoud kleiner dan 6 kilo of 6 liter, of koolzuursneeuwblussers gebruiken.

 

De plaatsing van brandblusser

ImageHet is van belang dat een brandblusser altijd goed bereikbaar is. De bovenkant van de brandblusser moet op ca 1meter boven de vloer hangen.

 

Pictogrammen

ImageImageUw brandblusmiddelen moeten altijd zijn voorzien van pictogrammen, zodat in geval van calamiteiten het duidelijk is waar welk blusmiddel hangt.

 

type brandblusser

Het type brandblusser dat u gebruikt moet overeenkomen met de aard van het brandrisico. Als u dus een zone heeft waar de vaste stof branden het grootste risico vormen dan moet u daar een brandblusser plaatsen geschikt voor de brandklase A, zoals een poederblusser of sproeischuimblusser . U heeft de keuze uit poeder, sproeischuim of Co2 brandblussers .

Voor kantoren wordt veelal een sproeischuimblusser geschikt geacht. Poederblussers worden toegepast in ruimten waar het brandgevaar of de vuurbelasting hoog is en waar het poeder geen nadelig effect heeft op de installaties.De C02 wordt geadviseerd in hoogwaardige technische ruimtes zoals serverruimtes.


Bijzondere kenmerken

U dient rekening te houden met de bijzondere kenmerken van de brand of het blustoestel. Bij branden in elektrische apparatuur onder spanning moet het blustoestel voldoen aan de dielektrische beproevingstesten uit de EN3-7. Ook zijn worplengte en worphoogte, gehinderde waarneming, omgevingstemparatuur of gevaren veroorzaakt door de blusstof (al dan niet in combinatie met de aard van de brand) van belang. Om dit goed uit te voeren is een goed onderzoek van de situatie nodig. 

Mocht u meer willen weten over deze projecteringsnorm en de gevolgen die het heeft voor uw bedrijf dan kunt u kontakt opnemen met Velco. Onze medewerkers staan u graag te woord. Of we komen bij u langs voor een advies op maat.

 

 
< Vorige

Nieuw

Maak afspraak

Bel me