Welke wetgeving en normen gelden er voor noodverlichting, en wanneer ben je verplicht deze te hebben? Een compleet overzicht.

Noodverlichting is er om paniek te voorkomen en mensen bij het uitvallen van de stroom eenvoudig naar de (nood)uitgang van een gebouw te begeleiden. Om zeker te zijn dat noodverlichting doet wat het moet doen, gelden er wettelijke eisen en technische normen. Hieronder lees je welke dat zijn, en wanneer ze voor jouw pand van toepassing zijn.

Waarom Velco?

Jouw betrouwbare partner
Totaalleverancier van veiligheid
Meer dan 55 jaar ervaring

Wanneer is noodverlichting verplicht?

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) legt de verantwoordelijkheid voor noodverlichting bij de eigenaar van het gebouw. De relevante eisen staan in hoofdstuk 3 (bestaande bouw) en hoofdstuk 4 (nieuwbouw), en zijn voor beide vrijwel gelijk.

Artikel 3.101 (bestaande bouw) en artikel 4.195 (nieuwbouw) schrijven noodverlichting met een verlichtingssterkte van minimaal 1 lux voor:

  • in verblijfsruimten (zoals kantines, vergaderzalen, kantoren) voor meer dan 75 personen
  • op alle vluchtroutes waarop deze personen zijn aangewezen
  • in functieruimten onder het meetniveau van het gebouw (bijvoorbeeld een parkeergarage)
  • in besloten ruimten waardoor een vluchtroute voert
  • in een wegtunnelbuis
Regelgeving noodverlichting

Vluchtrouteaanduiding (pictogrammen) kent een lagere grens. Volgens artikel 3.120 (bestaande bouw) en artikel 4.215 (nieuwbouw) is dit verplicht op vluchtwegen, in ruimten voor meer dan 50 personen, en in wegtunnels. Dit is dus een andere, lagere drempel dan de 75-personen-grens voor noodverlichting zelf, een pand kan verplicht zijn tot vluchtrouteaanduiding zonder dat de 75-personen-grens voor noodverlichting al is bereikt.

Daarnaast eist de Arbowet dat werkgevers zorgen voor een veilige werkomgeving. Artikel 3.6 en 3.7 schrijven voor dat vluchtwegen en nooduitgangen aanwezig zijn, voorzien van adequate noodverlichting en gemarkeerd met signalering. Artikel 3.9 stelt specifiek dat arbeidsplaatsen waar werknemers bij het uitvallen van het kunstlicht aan bijzondere gevaren zijn blootgesteld, voorzien moeten zijn van adequate noodverlichting, of anders van individuele verlichting.

Het Bbl heeft per 1 januari 2024 het Bouwbesluit 2012 vervangen. De inhoudelijke eisen aan noodverlichting zijn daarbij grotendeels hetzelfde gebleven, met name de indeling en artikelnummers zijn gewijzigd.

(Bron: Besluit bouwwerken leefomgeving, wetten.overheid.nl)

Welke normen gelden voor noodverlichting?

Naast de wettelijke verplichting uit het Bbl en de Arbowet, moet noodverlichting voldoen aan een aantal technische normen. Deze prestatie-eisen gaan over de minimale verlichtingssterkte, de branduur en de reactietijd van de noodverlichting:

  • NEN-EN 1838: verlichtingstechnische eisen voor noodverlichting, beschrijft waar noodverlichting geplaatst moet worden en welke lichtniveaus vereist zijn.
  • NEN 3011 (bij bestaande bouw soms nog NEN 6088): eisen aan veiligheidskleuren en -tekens, waaronder vluchtrouteaanduiding.
  • NEN-EN-ISO 7010: de grafische symbolen voor veiligheidssignalering, waaronder de huidige groen-witte vluchtrouteaanduiding.
  • NEN 1010: eisen aan het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van elektrische laagspanningsinstallaties. Noodverlichtingsinstallaties moeten hieraan voldoen, met aanvullende eisen voor centrale batterijkasten op het gebied van functiebehoud van kabels en brandcompartimenten.
  • NEN-EN 50172: onderhoud en periodieke testen van noodverlichtingsinstallaties, van toepassing zodra je noodverlichting eenmaal is geïnstalleerd. Lees hier meer over op onze onderhoudspagina.
  • NEN-EN 50171: eisen aan centrale voedingssystemen voor noodverlichting.
  • NEN-EN-IEC 60598-2-22: elektrische veiligheid en componentkwaliteit van noodverlichtingsarmaturen zelf. Lees hier meer over op onze armaturenpagina.

Voor een gebruiker van noodverlichting is het niet nodig om al deze normen zelf te kennen. Belangrijk is vooral dat de noodverlichting die je aanschaft en laat onderhouden, aantoonbaar aan deze normen voldoet, te herkennen aan de CE-verklaring van het product.

Het Bbl en de Arbowet geven de wettelijke verplichting, de NEN-normen geven de stand van de techniek aan. Soms verwijst de wet naar een NEN-norm vanuit technisch oogpunt. Daar mag je in beginsel van afwijken, maar dan moet je achteraf kunnen uitleggen waarom jouw oplossing minimaal even goed is als de norm voorschrijft.

Concrete eisen aan de noodverlichting

Binnen 15 seconden na het wegvallen van de netspanning moet noodverlichting gaan branden. Daarna moet de installatie minimaal 60 minuten aaneengesloten een lichtsterkte geven van ten minste 1 lux op de vloer.

Vluchtwegverlichting in parkeergarages

Moet een parkeergarage voorzien zijn van noodverlichting? Het Bbl gaat uit van een meetniveau, in de meeste gevallen het niveau van de hoofdingang. Ligt een ruimte onder dat niveau, zoals een parkeergarage, dan moet die worden voorzien van zowel noodverlichting als vluchtrouteaanduiding.

Kritieke ruimtes

Ook zogenoemde kritieke ruimtes in een gebouw moeten voorzien zijn van noodverlichting, bijvoorbeeld de technische ruimte voor hoofdschakel- en verdeelinrichtingen, liftmachinekamers, regieruimtes en projectafdelingen.

Wie is verantwoordelijk voor de noodverlichting?

Het Bbl legt de verantwoordelijkheid voor de aanwezigheid en het functioneren van de noodverlichting bij de eigenaar van het gebouw. In de praktijk ligt dit soms genuanceerder: de gebruiksfunctie van een pand wordt vaak pas bij ingebruikname door de huurder bepaald. Daarnaast kijkt de Arbowet specifiek naar de veiligheid van de gebruikers in het gebouw, en maakt daarmee de werkgever verantwoordelijk.

Wie uiteindelijk de kosten draagt, van aanschaf tot jaarlijks onderhoud, hangt af van de afspraken tussen huurder en verhuurder in de huurovereenkomst. Het komt vaak voor dat de verhuurder de initiële aanschaf voor zijn rekening neemt, en de huurder vervolgens het onderhoud.

Veelgestelde vragen

Is noodverlichting verplicht in mijn bedrijf?

Ja, noodverlichting is verplicht in vrijwel elk gebouw waar wordt gewerkt, en zeker in verblijfsruimten voor meer dan 75 personen (Bbl, artikel 3.101/4.195), en op grond van de Arbowet voor de veiligheid van werknemers.

Vanaf hoeveel personen is vluchtrouteaanduiding verplicht?

Vluchtrouteaanduiding met pictogrammen is al verplicht vanaf 50 personen (Bbl, artikel 3.120/4.215), een lagere grens dan de 75 personen die geldt voor noodverlichting zelf.

Welke norm geldt voor het onderhoud van noodverlichting?

Onderhoud en periodiek testen van noodverlichting valt onder de NEN-EN 50172. Zie onze onderhoudspagina voor wat dit in de praktijk inhoudt.

Is een parkeergarage verplicht noodverlichting te hebben?

Ja, als de parkeergarage onder het meetniveau van het pand ligt (doorgaans de hoofdingang), moet deze voorzien zijn van zowel noodverlichting als vluchtrouteaanduiding.

Wie is verantwoordelijk voor de noodverlichting: de huurder of de eigenaar?

Het Bbl legt de verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de gebouweigenaar, terwijl de Arbowet de werkgever verantwoordelijk maakt voor de veiligheid van gebruikers. In de praktijk wordt dit vaak nader ingevuld in het huurcontract.

Wat is het verschil tussen het Bouwbesluit en het Bbl?

Het Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) heeft per 1 januari 2024 het Bouwbesluit 2012 vervangen. De eisen aan noodverlichting zijn inhoudelijk grotendeels hetzelfde gebleven, alleen de indeling en artikelnummers zijn veranderd.

Meer vragen? Bekijk onze uitgebreide FAQ over noodverlichting.

Benny
Servicemonteur

Neem contact op met onze experts

Is er toch iets niet helemaal duidelijk, of twijfel je wat er van toepassing is op jouw situatie? Neem gerust contact met ons op. Onze adviseurs beantwoorden vrijblijvend je vragen, en we kunnen je ook volledig ontzorgen op het gebied van onderhoud van je noodverlichting, zodat je altijd zeker weet dat je installatie aan de wettelijke eisen voldoet.