Brandveiligheid door Velco

Brandveiligheid door Velco
Brandveiligheid, waar moet ik als bedrijf eigenlijk op letten en aan welke voorschriften en wetten dien ik te voldoen? De belangrijkste keuze die u hierbij moet maken is de keuze voor het juiste aantal blusmiddelen en het juiste blusmiddel. 

Dat is niet altijd eenvoudig, laat u daarom goed adviseren. Via deze blog willen wij u alvast een informeren en op weg helpen. Klik hier voor meer informatie en het maken van een afspraak. Onze Verkoopadviseurs zijn erkende projecteringsdeskundigen en helpen u daar graag bij.

Pictogram brandveiligheid

Projectering draagbare en verrijdbare blustoestellen - NEN4001
In de projecteringsnorm NEN 4001:2006 staan eenduidige richtlijnen voor het bepalen van het aantal, het type en de locaties van blusmiddelen. Sinds deze norm, is er een einde gekomen aan de vele tegenstrijdige adviezen die instanties, ieder vanuit hun eigen oogpunt, vaak afgaven. Als gecertificeerd bedrijf toets Velco Brandbeveiliging uw (brand)veiligheid aan de NEN 4001 en adviseert u hierin. 
Belangrijke aandachtspunten van de NEN 4001 zijn:

  • Gebouwen worden ingedeeld in zones op basis van activiteiten, brandrisico en toegankelijkheid;
  • Per zone wordt een adequate basisbeveiliging bepaald;
  • Daarnaast wordt bij specifieke brandrisico's (serverruimte, lascabine, elektrische schakelkast, opslag brandbare stoffen, etc.) aanvullende beveiliging aangebracht;
  • Blustoestellen met CO2 worden voortaan als aanvullende beveiliging of bij kleine B-klasse brandrisico’s ingezet;
  • De locaties van blusmiddelen worden duidelijk gemarkeerd door pictogrammen.

Onderhoud en Service
Velco adviseert en controleert volgens de laatste normeringen. Zo draagt ze bij aan veiligheid, gezondheid, een leefbaar milieu en innovatie. Voor onderhoud en inspectie van veiligheidsmiddelen zijn dat onder andere de volgende normen:

NEN 2559 Onderhoud van draagbare blustoestellen
De Nederlandse norm NEN 2559 geeft aanbevelingen voor de inspectie en het onderhoud van draagbare blustoestellen.

Intervallen voor onderhoud, uitgebreid onderhoud en revisie
NEN 2559 geeft een overzicht van de maximale onderhoudsintervallen en maximum levensduur voor een poederblusser en een CO2-blusser, deze zijn:

  • 1 keer per jaar onderhoud
  • 10 jaarlijkse revisie
  • 20 jaar afkeur van de blusser

Ook voor schuimblussers geeft NEN 2559 geeft een overzicht van de maximale onderhoudsintervallen en maximum levensduur, deze zijn:

  • 1 keer per jaar onderhoud
  • 5 jaarlijks de inhoud vervangen
  • 10 jaar afkeur van de blusser

Het jaarlijks onderhoud wordt op locatie uitgevoerd, de controle bestaat o.a. uit de volgende inspecties:

  • Visuele inspectie van blustoestel op beschadigingen, deuken en roestvorming;
  • Controle aanwezigheid herkenningsteken (pictogram);
  • Controle van slang en spuitmond;
  • Leesbaarheid van transfer en controle rijkstype keur;
  • Controle van gangbaarheid borgpen;
  • Controle van druk via de manometer en externe drukmeting;
  • Controle van inslagmechanisme (alleen patroon apparaten);
  • Controle van patroon (alleen bij patroon apparaten);
  • Controle op afdichtingen;
  • Controle van gewicht (CO2 blussers);
  • Controle van inslag stoomwezen (CO2)
  • Controle van leeftijd blustoestel;
  • Demontage/montage van blustoestel;
  • Aanbrengen keuringsstickers. 

NEN-EN 671-3 Onderhoud van brandslanghaspels
De Nederlandse norm NEN-EN 671-3 geeft aanbevelingen voor de inspectie en het onderhoud van brandslanghaspels. Brandslanghaspels worden voorgeschreven bij:

  • Kantoor woningen > 500m2
  • Kantoorgebouwen > 500m2
  • Verblijf en logeergebouwen > 500m2

Het jaarlijks onderhoud wordt op locatie uitgevoerd door een deskundig persoon, in Nederland is dit een vaktechnisch geschoolde monteur, werkzaam bij een REOB gecertificeerd bedrijf. De jaarlijkse controle bestaat uit o.a. de volgende inspecties:

  • De plaatsing en bereikbaarheid van de brandslanghaspel, is deze vrij toegankelijk en zichtbaar;
  • Is er roestvorming, lekkage of andere zichtbare beschadiging van de haspel waarneembaar;
  • Is er een herkenningsteken (pictogram) geplaatst;
  • Is de haspel op de juiste wijze bevestigd, hangt deze vast en stevig;
  • De doorstroming van water, gelijkmatig en voldoende (minimaal 22 liter per minuut);
  • De gehele slang dient afgerold en gecontroleerd te worden;
  • Controle type slangklem en bevestiging;
  • Het type afsluiter en de bediening daarvan;
  • De toevoerleiding dient de minimale diameter te hebben van 22mm (3/4”) en onbeschadigd te zijn;
  • Aanbrengen onderhoudsetiketten;
  • Legionella verzegeling aanbrengen.

Gebruikerscontrole
U als gebruiker dient periodiek een routinecontrole uit te voeren voor draagbare blustoestellen en brandslanghaspels door middel van een visuele controle op de volgende punten:

  • Of het blustoestel op de daarvoor bestemde plaats aanwezig is;
  • Vrij en toegankelijk, zichtbaar en met de gebruiksaanwijzing aan de voorkant;
  • Of het blustoestel is voorzien van leesbaar gebruikershandleiding en onderhoudsetiketten;
  • Is voorzien van verzegeling en of deze niet is verbroken.

Bronnen:
www.euronorm.net
www.brandweer.nl
Normen: NEN 4001, NEN 2559, NEN-EN 671-3

CCV-certificatieschema 3.0