Welke brandblusser past bij welk brandrisico?
De keuze van de juiste brandblusser bepaalt of je een beginnende brand onder controle krijgt. Met het verkeerde blusmiddel maak je de schade in het gunstigste geval niet kleiner en in het slechtste geval juist groter. Bij een vetbrand blussen met water levert een steekvlam op. Bij apparatuur onder spanning kun je met een geleidend blusmiddel zelf onder stroom komen te staan.
Wat er brandt bepaalt welk blusmiddel werkt. Daarom zijn branden ingedeeld in brandklassen. Hieronder staat per klasse welke blusser geschikt is, welke je juist niet moet gebruiken en hoeveel blusmiddelen je volgens NEN 4001 nodig hebt.
Advies over de juiste brandblusser
Vertrouwd door
Waarom kiezen voor een Velco brandblusser?
Onze blustoestellen voldoen aan NEN-EN 3-7 en worden geleverd met een geldige keuringssticker. Op het etiket lees je de blusrating, zodat je ziet welk blusvermogen je in huis haalt.
Elk brandrisico vraagt een ander middel. Ons assortiment loopt van sproeischuim, poeder en CO2 tot vetblussers, watermist, blusdekens en klasse D voor metaalbranden, zodat je nooit vastzit aan een middel dat niet past.
Wij keuren je blusmiddelen jaarlijks volgens NEN 2559. De revisietermijn verschilt per blusstof: schuim en water na vijf jaar, poeder en CO2 na tien jaar.
Al onze servicemonteurs zijn gediplomeerd projecteringsdeskundige. Zij bepalen op locatie welk toestel waar hoort volgens NEN 4001. Blusmiddelen kun je bij ons kopen of huren.
Welke blusser bij welke brandklasse?
Branden worden in Europa ingedeeld volgens de norm EN 2. Die kent vijf klassen die in Nederland worden gebruikt: A, B, C, D en F.
| Brandklasse | Wat brandt | Geschikt | Niet gebruiken |
|---|---|---|---|
| A vaste stoffen | Hout, papier, textiel, kunststof | Sproeischuim, brandslanghaspel, poeder, watermist | CO2 |
| B vloeistoffen | Benzine, olie, verf, oplosmiddelen | Sproeischuim, poeder, CO2 | Water |
| C gassen | Aardgas, propaan, butaan, acetyleen | Poeder, pas na het afsluiten van de gastoevoer | CO2, schuim, water |
| D metalen | Magnesium, aluminium, natrium | Uitsluitend D-poeder | Alle overige middelen, ook water |
| F vet en olie | Frituurvet, bakolie | Vetblusser of sproeischuim met F-rating | Water, poeder, CO2 |
| Lithium-ion geen formele brandklasse |
Accu’s in laptops, e-bikes, gereedschap, opslag | Lithiumblusser getest volgens NTA 8133, blusdeken, veel koeling | CO2, ABC-poeder, D-poeder |
Toelichting per brandklasse

Brandklasse A: vaste stoffen
De meest voorkomende brandsoort in kantoren, woningen en magazijnen. Deze branden smeulen vaak eerst en kunnen daarna snel doorslaan. Een blusmiddel moet hier in het materiaal doordringen en koelen. Een CO2-blusser is hier juist niet geschikt: die dooft de vlammen aan de oppervlakte, terwijl het materiaal eronder blijft nagloeien en opnieuw ontbrandt.

Brandklasse B: vloeistoffen en oplosmiddelen
Deze branden breiden zich snel uit doordat de vloeistof zich verplaatst. Blussen met water verergert dat, omdat de brandende vloeistof met het water mee wordt gedragen. Sproeischuim legt een afsluitende laag over het oppervlak. Poeder en CO2 werken hier ook.

Brandklasse C: gassen
Bij een gasbrand is het afsluiten van de toevoer de eerste en belangrijkste handeling. Blussen zonder dat te doen levert explosiegevaar op, doordat onverbrand gas zich blijft ophopen. Pas daarna is een ABC-poederblusser het aangewezen middel. Een CO2-blusser is hier niet geschikt, omdat CO2 een uitstromend gas niet kan verstikken.

Brandklasse D: metalen
Metaalbranden zoals magnesium, aluminium en natrium reageren heftig op vrijwel elk gangbaar blusmiddel, water voorop. Hiervoor bestaat een speciale poederblusser klasse D met een ander poeder, dat de reactie verstikt en de hitte absorbeert.

Brandklasse F: vet- en oliebranden
Oververhit frituurvet herontsteekt na blussen met poeder of CO2, doordat het vet boven de ontstekingstemperatuur blijft. Water veroorzaakt een steekvlam. Een vetblusser bevat een middel dat het vetoppervlak emulgeert en afsluit.
Waarom er geen brandklasse E is
Je komt online nog regelmatig een brandklasse E tegen voor elektrische branden. Die klasse bestaat niet meer in de Europese norm EN 2 en wordt in Nederland niet gebruikt.
De reden is dat elektriciteit zelf geen brandstof is maar een ontstekingsbron. Ontstaat er kortsluiting in een computer of meterkast, dan brandt de behuizing of het meubilair eromheen. De brand valt dan onder klasse A of B, afhankelijk van het materiaal.
Lithium-ion: geen brandklasse, wel een apart risico
Lithium-ion accubranden vallen onder geen enkele klasse van EN 2. Toch verdienen ze een eigen aanpak, omdat vrijwel alles wat bij de andere klassen werkt hier tekortschiet.
De valkuil: dit is geen metaalbrand. Lithium is een metaal, dus de logische conclusie lijkt dat een accubrand onder klasse D valt en dat D-poeder werkt. Dat klopt niet. In een lithium-ion cel zit geen lithium in metaalvorm, dus het is geen metaalbrand. D-poeder is er niet geschikt voor. Alleen bij lithium in zuivere metaalvorm, wat je zelden buiten laboratoria en specifieke industriële processen tegenkomt, geldt klasse D.
Waarom gangbare middelen falen. Een cel in thermal runaway produceert zelf zuurstof, waardoor verstikken niet werkt. Een CO2-blusser heeft daardoor geen effect op de cel zelf. De zeer koude straal kan de cel bovendien extra beschadigen. Poeder dekt af maar koelt nauwelijks, terwijl juist koeling nodig is om te voorkomen dat naastgelegen cellen ook doorslaan. Daar komt bij dat de accu vaak in een stevige behuizing zit, waardoor het blusmiddel de cellen pas bereikt als die behuizing openbarst. En ook na het doven kan een accu uren later opnieuw ontbranden.
Wat wel werkt. Koelen is hier de kern. Dan wel royaler dan je bij een gewone brand gewend bent. Bij kleine accu’s zoals die in een laptop of telefoon kun je terecht met een toestel met water en additief of met sproeischuim, mits dat een hoge A-rating heeft, want die toestellen koelen goed. Voor grotere risico’s zijn er speciaal ontwikkelde lithiumblussers met een inkapselende en koelende blusstof, blusdekens en onderdompeling.
Let op bij aanschaf. Een Rijkstypekeur zegt niets over geschiktheid voor lithium-accubranden, want daar wordt bij die keuring niet op getoetst. Er bestaat ook geen eenduidige Europese testnorm voor. In Nederland is daarvoor de NTA 8133-test ontwikkeld. Vraag een leverancier dus om een NTA 8133-testresultaat en neem het label niet als bewijs.
Meer hierover lees je bij risico’s van lithium-ion branden en bij de lithium-ion blusser.
Blussen bij apparatuur onder spanning
Apparatuur onder spanning is dus geen eigen brandklasse, maar wel een omstandigheid die de keuze bepaalt. Er gelden twee aandachtspunten.
Schakel de stroom uit zodra dat veilig kan. Daarmee vervalt het risico op stroomgeleiding en valt de brand terug op de gewone klasse van het brandende materiaal.
Kan dat niet direct, gebruik dan een blusmiddel dat niet geleidt. Een CO2-blusser is hier de gangbare keuze, veilig tot 1000 volt en zonder nevenschade aan de apparatuur. Bluspoeder geleidt evenmin, maar richt aanzienlijke corrosieschade aan en is daardoor minder geschikt voor serverruimtes en kantoren. Blussen met water of een brandslanghaspel is hier niet toegestaan.
Hoeveel blusmiddelen heb je nodig?
Welke blusser geschikt is, is één vraag. Hoeveel er moeten hangen en waar, is de tweede. Dat is vastgelegd in de projecteringsnorm NEN 4001.
Zones bepalen. Het gebouw wordt opgedeeld in projecteringszones: delen met hetzelfde risico, dezelfde gebruiksfunctie en dezelfde vuurbelasting. Per zone is er één dominante brandklasse.
Aantal en inhoud bepalen. Het benodigde aantal volgt uit een tabel in de norm, op basis van gebruiksfunctie, vloeroppervlak en de inhoud van het toestel. Bij een gemiddeld brandrisico ligt de basis rond één toestel van 6 kg poeder of 6 liter schuim per 150 m², maar dat verschilt per gebruiksfunctie. Voor de basisbeveiliging zijn schuimblussers van 6 tot 9 liter en poederblussers van 6, 9 en 12 kg toegelaten. Een brandslanghaspel telt als één basisbeveiligingseenheid, mits geschikt voor de brandklasse in die zone.
Loopafstand. Vanaf elk punt in een projecteringszone mag de loopafstand tot het dichtstbijzijnde blustoestel niet meer dan 20 meter zijn.
Aanvullende beveiliging. Bij bijzondere lokale risico’s, zoals schakelkasten, laadstations, brandgevaarlijke machines of werkzaamheden met open vuur, komt er aanvullende beveiliging bij. Die moet binnen 5 meter van het risico beschikbaar zijn, tenzij daar al een toestel uit de basisbeveiliging hangt met een geschikte blusstof. CO2-blussers, kleinere toestellen en blusdekens vallen onder deze categorie: CO2 mag volgens NEN 4001 niet meetellen als basisbeveiliging van een gebouw.
Projecteringszone
Aan de hand van onderstaande criteria maak je per zone een keuze voor een geschikt blusmiddel:
- Geschiktheid blusmiddel per brandklasse
- Aanwezigheid spanningvoerende apparatuur
- Worplengte en worphoogte
- Gehinderde waarneming
- Geschiktheid voor de omgevingstemperatuur
- Gevaar van het blusmiddel
- Beperken van nevenschade
Uitgangspunt is de Risico Inventarisatie en Evaluatie. Daarin staat welke risico’s zich in het gebouw voordoen en wat de gevolgen kunnen zijn. Op basis daarvan neem je maatregelen.
Onderhoud op locatie
Laat je blusmiddelen jaarlijks keuren, zo ben je verzekerd van een werkende blusser op het moment dat het nodig is. Onze REOB-opgeleide monteurs onderhouden jouw brandblussers volgens de geldende normen en wetgeving. Daarnaast verzorgen we onderhoud aan noodverlichting, rookmelders, EHBO-koffers en AED’s.
Waarom je brandbeveiliging regelen bij Velco?
1. Projectering door deskundigen
Waar de blusmiddelen komen te hangen en hoeveel je er nodig hebt, volgt uit een risico-inventarisatie en de projecteringszones volgens NEN 4001. Onze monteurs zijn projecteringsdeskundigen, dus die beoordeling gebeurt op locatie en niet op basis van een vuistregel.
2. Onderhoud in eigen beheer
De jaarlijkse keuring voeren onze eigen REOB-opgeleide monteurs uit, op jouw locatie. Er komt geen derde partij tussen, waardoor je één aanspreekpunt houdt van advies tot en met onderhoud.


3. Aantoonbaar brandveilig
Na elke servicebeurt ontvang je een onderhoudsrapport en een attest dat je aan verzekeraar of inspectie kunt overleggen. Zo is je brandveiligheid niet alleen geregeld maar ook aantoonbaar.
4. Totaalleverancier van (brand)veiligheid
Naast blusmiddelen verzorgen wij nood- en vluchtwegverlichting, BHV-opleidingen, EHBO-koffers en AED’s. Dat scheelt losse contracten en losse keuringsmomenten.
Veelgestelde vragen
Welke brandblusser heb ik nodig voor mijn situatie?
De keuze hangt af van het brandrisico in jouw situatie. Schuimblussers zijn geschikt voor kantoren en woningen, poederblussers zijn veelzijdig en geschikt voor verschillende brandklassen, en Co2-blussers zijn ideaal voor het blussen van branden in elektrische apparatuur.
Wat is het verschil tussen een schuim-, poeder- en CO2-blusser?
Schuimblussers zijn geschikt voor vaste stoffen en vloeistoffen, poederblussers voor een breed scala aan branden maar met meer opruimwerk, en Co2-blussers zijn ideaal voor elektrische branden omdat ze geen residu achterlaten.
Hoeveel liter blusmiddel heb ik nodig voor optimale brandveiligheid?
De benodigde hoeveelheid blusmiddel hangt af van de ruimte en het brandrisico. Voor woningen en kantoren is minimaal 6 liter schuim of 6kg poeder aanbevolen. Bedrijfsruimtes vereisen vaak 9 liter schuim of 9kg poeder per 100 m2. Industrie en opslag vragen om grotere of gespecialiseerde blussers. Voldoen aan NEN 4001, NEN 2559 en de Arbowet is essentieel. Twijfel? Wij adviseren je graag!
Hoe lang gaat een brandblusser mee?
Gemiddeld 10 jaar, mits jaarlijks gekeurd volgens NEN 2559. Wij zorgen voor tijdig onderhoud en vervanging indien nodig.
Zijn er wettelijke verplichtingen voor brandblussers in mijn woning of bedrijf?
Bedrijven moeten voldoen aan de Arbowet en het Bouwbesluit 2012. Voor woningen is het niet verplicht, maar sterk aanbevolen. Wij helpen je graag om aan alle eisen te voldoen.
Kan ik een brandblusser zelf installeren, of is professionele plaatsing nodig?
Hoewel je zelf een brandblusser kunt ophangen, garandeert professionele plaatsing de juiste locatie en naleving van de regelgeving. Wij bieden installatie én onderhoud om alles op orde te houden.
Moet ik mijn brandblusser laten keuren en hoe vaak?
Ja, volgens de NEN 2559 en Arbowet is een keuring verplicht voor bedrijven. Wij adviseren om de blusmiddelen jaarlijks te onderhouden. Onze REOB-gecertificeerde monteurs zorgen voor professionele inspectie en onderhoud.
Hoeveel brandblussers heb ik nodig per ruimte of vierkante meter?
Volgens de wet moet er minimaal 1 blusser per 100 m2 in een bedrijfsruimte staan. Wij helpen je bij het bepalen van het juiste aantal en bieden onderhoud voor een langdurige werking.
Hoe gebruik ik een brandblusser op de juiste manier?
Bij het gebruik van een brandblusser moet je de slang of mondstuk richten op de basis van het vuur en met een vegende beweging blussen. Zorg ervoor dat je altijd een vluchtweg hebt.
Wat kost een goede brandblusser en waar moet ik op letten bij de aanschaf?
De prijs van een brandblusser varieert afhankelijk van het type, de capaciteit en de functionaliteit. Belangrijke factoren om op te letten zijn de NEN-normen, het type blusser dat bij jouw situatie past, en de onderhoudsvereisten voor langdurige werking.

Hoe brandveilig is jouw organisatie?
Voldoe aan de laatste wetgeving en zorg voor een brandveilige organisatie voor jouw collega's. Neem vandaag nog contact met ons op.






















